ECLI:NL:CRVB:2003:AO1704
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Verrekening vergoeding raadslid met uitkering gewezen wethouder na gemeentelijke herindeling
Eiser, voormalig wethouder van de gemeente Heteren, ontving vanaf 1 januari 2001 een uitkering op grond van de Algemene wet politieke ambtsdragers (Appa). Na gemeentelijke herindeling werd eiser raadslid van de nieuwe gemeente Overbetuwe en ontving daarvoor een vergoeding. Verweerder bracht deze vergoeding in mindering op de uitkering op basis van artikel 134, derde lid onder c, in samenhang met artikel 130 van Pro de Appa.
Eiser betoogde dat de verrekening slechts naar rato van het verschil in tijdsbesteding en omvang van werkzaamheden tussen de functies van wethouder en raadslid moest plaatsvinden, mede omdat wethouders destijds uit de gemeenteraad werden gekozen en de wethouderswedde een vergoeding als raadslid zou bevatten. Verweerder stelde dat de wet geen ruimte biedt voor een dergelijke interpretatie en dat de vergoeding als raadslid integraal moet worden verrekend.
De Raad overwoog dat artikel 134 Appa Pro expliciet bepaalt dat de vaste vergoeding als raadslid volledig in aanmerking wordt genomen voor de verrekening met de uitkering. De door eiser voorgestane uitleg wordt uitgesloten door de dwingendrechtelijke aard van deze bepalingen en de expliciete vermelding in de wet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Proceskostenvergoeding werd niet toegekend omdat geen gronden aanwezig waren voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de verrekening van de vergoeding als raadslid met de uitkering als gewezen wethouder wordt ongegrond verklaard.