ECLI:NL:CRVB:2003:AO2022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding gehuwden
Appellant ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande in 's-Gravenhage vanaf oktober 1997. De gemeente herzag deze uitkering over de periode april tot oktober 1998 omdat appellant volgens hen niet in 's-Gravenhage woonde en een gezamenlijke huishouding voerde met zijn echtgenote in een andere gemeente. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat appellant geen woonplaats meer had in 's-Gravenhage.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk woonde in 's-Gravenhage, zich had ingeschreven en geleidelijk de relatie met zijn echtgenote probeerde te herstellen. De Raad stelde vast dat de gemeente ten onrechte uitging van een gezamenlijke huishouding zoals bedoeld voor ongehuwden, terwijl appellant gehuwd was. Tevens was het onderzoeksrapport onvoldoende betrouwbaar omdat het slechts samenvattingen van processen-verbaal bevatte zonder observatieverslag.
De Raad oordeelde dat appellant en zijn echtgenote vanaf 1 april 1998 niet duurzaam gescheiden leefden, zodat zij als gezin moesten worden beschouwd. Hierdoor had appellant geen recht op een bijstandsuitkering als alleenstaande. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de bijstandsuitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.