ECLI:NL:CRVB:2003:AO2041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardering vakantiebonnen op nominale waarde bij gebrekkige verstrekking
Appellante stelde dat zij de vakantiebonnen in de jaren 1991 tot en met 1995 correct had beheerd en verstrekt, maar de Raad oordeelde dat de bonnen niet conform de CAO bij elke loonbetaling waren verstrekt. Hierdoor kon de regeling die uitgaat van 75% van de nominale waarde niet worden toegepast.
De rechtbank had appellante's beroep tegen het besluit van 2 mei 1997 ongegrond verklaard, waarbij het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen schriftelijke en ondubbelzinnige toezegging bestond dat de werkwijze werd geaccepteerd. De Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat het beleid van gedaagde sinds 1991 was aangescherpt en bekendgemaakt.
De Raad benadrukte dat het beheer van vakantiebonnen door appellante niet gelijkstaat aan verstrekking bij elke loonbetaling, en dat bij een lagere frequentie dan eenmaal per drie maanden direct tot volledige waardering als premieplichtig loon wordt overgegaan. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat vakantiebonnen die niet bij elke loonbetaling worden verstrekt, op 100% van de nominale waarde moeten worden gewaardeerd.