ECLI:NL:CRVB:2003:AO5321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten arbeidsongeschiktheid researchmedewerker wegens onjuiste maatstaf
Appellant, een voormalig researchmedewerker, staakte zijn werkzaamheden in 1993 wegens rugklachten en ontving sindsdien uitkeringen op grond van de AAW en WAO. Na diverse herzieningen en beroepsprocedures werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld tussen 25 en 35%. De bestreden besluiten gingen uit van de veronderstelling dat appellant vijf dagen per week zes uren per dag zijn eigen werk kon verrichten.
Appellant stelde dat hij slechts vier dagen per week zes uren kon werken vanwege noodzaak tot recuperatie. De Raad overwoog dat gedaagde rekening had gehouden met klachten en medische adviezen, waaronder die van een neuroloog en orthopedisch chirurg, en dat nieuwere diagnoses geen extra beperkingen opleverden. De Raad oordeelde dat de belastbaarheid niet was overschat.
Echter, de Raad stelde dat geschiktheid voor een gedeelte van de maatmanarbeid niet gelijkstaat aan het vervallen van arbeidsongeschiktheid. Omdat de besluiten uitgingen van volledige uitvoering van zes uren per dag, was de maatstaf onjuist en konden de besluiten niet standhouden. De indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 25-35% werd inhoudelijk juist geoordeeld, waardoor de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.
De Raad veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten aan appellant en vernietigde de bestreden besluiten en uitspraken voor zover deze besluiten in stand lieten. De procedure betrof complexe medische en juridische beoordeling van arbeidsongeschiktheid met toepassing van het Schattingsbesluit.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten wegens onjuiste maatstaf, maar laat de rechtsgevolgen van de arbeidsongeschiktheidsindeling 25-35% in stand.