ECLI:NL:CRVB:2003:AR8798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim na arbeidsgeschiktheidsverklaring
Appellant, werkzaam als tuinman bij een penitentiaire inrichting, werd na een periode van ziekte en een arbeidsgeschiktheidsverklaring door de bedrijfsarts opgedragen zijn werkzaamheden te hervatten. Ondanks deze opdracht heeft appellant zijn werk niet hervat, waarna de werkgever hem wegens plichtsverzuim disciplinaire ontslag heeft opgelegd.
Appellant betwistte dat hij arbeidsongeschikt was verklaard en voerde aan dat hij om gezondheidsredenen niet in staat was zijn werkzaamheden te verrichten. Uit medisch onderzoek door bedrijfsartsen en een psychiater bleek echter dat appellant geschikt was voor lichte tot matige werkzaamheden en dat het niet hervatten van het werk toerekenbaar plichtsverzuim was.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij om gezondheidsredenen niet kon werken en dat het ontslag niet onevenredig is gezien de ernst van het plichtsverzuim en het voorgaande gedrag. De eerdere weigering tot werkhervatting en de duidelijke waarschuwingen van de werkgever maken het ontslag gerechtvaardigd.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.