ECLI:NL:CRVB:2003:AZ3813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens overschrijding beslistermijn
Appellant betwistte de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35 tot 45%, in plaats van 80 tot 100%. Het bezwaar en beroep tegen dit besluit werden ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank Rotterdam. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit te laat was genomen en dat zijn medische klachten onvoldoende waren meegewogen.
De Raad oordeelde dat het UWV de wettelijke beslistermijn van zeventien weken voor het bezwaarbesluit had overschreden zonder gebruik te maken van de mogelijkheid tot uitstel. Daarom werd het bezwaarbesluit vernietigd wegens strijd met artikel 87d van de WAO. De inhoudelijke beoordeling van de medische situatie en arbeidsongeschiktheid werd echter door de Raad bevestigd als juist, mede omdat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd.
De Raad liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, waardoor de herziening van de uitkering blijft gelden. Tevens wees de Raad het verzoek van appellant om schadevergoeding af vanwege onvoldoende onderbouwing. Het betaalde griffierecht werd aan appellant vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van beslistermijnen in bestuursrechtelijke procedures, maar ook dat inhoudelijke juistheid van besluiten kan blijven bestaan ondanks procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: Het bezwaarbesluit wordt vernietigd wegens overschrijding van de beslistermijn, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.