ECLI:NL:CRVB:2003:BD9794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep en proceskostenbeslissing
De zaak betreft een hoger beroep van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch dat door de Raad op 22 april 2003 niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het hoger beroep niet was gebaseerd op een besluit van de gemeente. Tevens werd een griffierecht opgelegd en werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Tegen deze uitspraak heeft opposante verzet ingesteld omdat zij zich genoodzaakt zag rechtskundige bijstand in te schakelen en een verweerschrift heeft ingediend, waarbij inhoudelijk op de zaak werd ingegaan. De Raad overwoog dat het kennelijkheidsvereiste van artikel 8:54 Awb Pro niet werd gehaald met betrekking tot de proceskostenbeslissing.
Daarom werd het verzet gegrond verklaard en de uitspraak van 22 april 2003 vervalt. De Raad zal zo spoedig mogelijk opnieuw beslissen over het hoger beroep en de proceskosten in hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door voorzitter G.A.J. van den Hurk op 8 juli 2003.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en de zaak wordt opnieuw behandeld.