ECLI:NL:CRVB:2003:BJ3216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire maatregel wegens plichtsverzuim ambtenaar defensie
Appellant, werkzaam bij het Ministerie van Defensie sinds 1969, werd verdacht van plichtsverzuim, waaronder het herhaaldelijk dineren op kosten van leveranciers en het verkopen van belastingvrije artikelen aan niet-rechthebbenden. Na een strafrechtelijk onderzoek dat in 1998 werd gesloten zonder vervolging, legde de Staatssecretaris van Defensie in 1998 een disciplinaire straf op: een schriftelijke berisping en een terugstelling in salaris voor twee jaar.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beslistermijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden en dat het besluit onzorgvuldig was genomen. De Raad oordeelde dat in 1995 nog geen voldoende omlijnd geschil bestond over de disciplinaire maatregel en dat het gebruik van verklaringen uit het strafrechtelijk onderzoek niet in strijd was met fundamentele rechtsbeginselen.
De Raad stelde vast dat appellant zich niet als een goed ambtenaar had gedragen en dat het plichtsverzuim hem kon worden verweten. Gezien de functie en het financieel voordeel achtte de Raad de opgelegde straf passend. Ook het tijdsverloop tussen ontdekking en maatregel achtte de Raad redelijk, gelet op de noodzaak van nader onderzoek. Het bestreden besluit werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de disciplinaire straf van schriftelijke berisping en salarisverlaging wegens plichtsverzuim.