Uitspraak
ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
MOTIVERING
BESLISSING
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van Stichting Het Gebaar om zijn aanvraag voor een uitkering op grond van het Uitkeringsreglement Individuele Uitkeringen af te wijzen. De afwijzing was gebaseerd op het niet voldoen aan de kernvoorwaarden van het Reglement, met name het vereiste dat aanvragers zich vóór 1 januari 1967 in Nederland hebben gevestigd of als Nederlander rechtstreeks naar elders zijn geëmigreerd.
Appellant betoogde dat het onredelijk was om hem en anderen die na de oorlog in Indonesië zijn gebleven en de Indonesische nationaliteit hebben aangenomen, uit te sluiten van de uitkering, vooral omdat het niet noodzakelijk is om op het moment van aanvraag in Nederland te wonen of de Nederlandse nationaliteit te bezitten. De Raad oordeelde dat de doelgroepomschrijving in het Reglement niet in strijd is met het regeringsbeleid en dat de kernvoorwaarden objectief zijn en niet kunnen worden genegeerd, ook niet met toepassing van de anti-hardheidsclausule.
De Raad wees tevens het argument af dat de toelichting op het aanvraagformulier tot een ander oordeel zou leiden. De uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage werd bevestigd en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een uitkering wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan de voorwaarden van het Uitkeringsreglement.