ECLI:NL:CRVB:2004:AO2829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het begrip loon in artikel 77b WAO inzake korting en vrijstelling van basispremie
In deze zaak staat de uitleg van artikel 77b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) centraal, met name of de door de werkgever aan arbeidsgehandicapte werknemers betaalde WAO-uitkeringen tot het loon behoren waarover de korting en vrijstelling van de basispremie wordt berekend.
De rechtbanken hadden geoordeeld dat deze uitkeringen wel tot het loon behoren, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt dat de basispremie door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) verschuldigd blijft over deze uitkeringen en dat de wetgever niet heeft beoogd een bonus aan werkgevers te verstrekken voor premies die zij feitelijk niet verschuldigd zijn.
Verder wijst de Raad de beroepen op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel af, omdat geen ongeclausuleerde schriftelijke toezeggingen aan de werkgevers zijn gedaan en de gedragsbepalende werking van communicatie niet is aangetoond.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraken van de rechtbanken en verklaart de beroepen ongegrond, waarmee de uitleg van artikel 77b WAO wordt gecorrigeerd in lijn met de juiste wettelijke interpretatie.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt eerdere uitspraken en bepaalt dat de door werkgevers betaalde WAO-uitkeringen niet tot het loon behoren voor de korting en vrijstelling van de basispremie.