ECLI:NL:CRVB:2004:AO2836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op terugvorderingsbesluit wachtgeld wegens omissie administratie
Appellante ontving vanaf juni 1989 wachtgeld op grond van de Algemene burgerlijke pensioenwet en het Rijkswachtgeldbesluit 1959. In 1995 werd haar meegedeeld dat zij over de periode oktober 1993 tot en met maart 1994 een te hoog bedrag aan wachtgeld had ontvangen, dat teruggevorderd werd. Appellante maakte geen bezwaar tegen dit terugvorderingsbesluit, waardoor het besluit in rechte onaantastbaar werd.
In 2000 verzocht appellante de Minister om terug te komen op het terugvorderingsbesluit en af te zien van verdere terugvordering, wat door de Minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond, omdat er geen aanleiding was om het besluit te herzien.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de Minister op beide verzoeken had beslist en dat die beslissing standhield. De Raad overwoog dat het terugvorderingsbesluit onaantastbaar was geworden en dat de Minister het verzoek om terug te komen op het besluit mocht weigeren, tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden waren. De door appellante aangevoerde argumenten betroffen geen nieuwe feiten, maar zaken die zij eerder had kunnen aanvoeren.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af. Hiermee is de weigering van de Minister om terug te komen op het terugvorderingsbesluit definitief gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Minister om terug te komen op het terugvorderingsbesluit wachtgeld.