ECLI:NL:CRVB:2004:AO2839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ziekte na onderzoek passende arbeid en ontslagvergoeding
Appellant, werkzaam bij de provincie Noord-Brabant sinds 1978, kon wegens hartproblemen zijn functie vanaf juni 1998 niet meer uitoefenen en werd per 1 juli 1999 boven de sterkte geplaatst. Na toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering van 65-80% ontving appellant op 14 april 2000 het voornemen tot eervol ontslag wegens ongeschiktheid op grond van het Ambtenarenreglement.
Appellant voerde primair aan dat geen zorgvuldig onderzoek had plaatsgevonden naar passende arbeid binnen de organisatie, en subsidiair dat hem een ontslagvergoeding toekwam vanwege financieel nadeel door afschaffing van de wachtgeldregeling en onvoldoende informatievoorziening over aanvullende verzekeringen. Gedaagden verleenden het ontslag per 1 december 2000 en wezen een vergoeding af omdat zij meenden dat voldoende informatie was verstrekt.
De Raad oordeelde dat het onderzoek naar passende arbeid zorgvuldig was, appellant betrokken was bij gesprekken en dat binnen de provinciale organisatie geen geschikte functies beschikbaar waren. Tevens was gedaagden geen verplichting opgelegd om buiten de organisatie passende arbeid te zoeken. Ten aanzien van de vergoeding stelde de Raad vast dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij onjuist was geïnformeerd, en dat hij zelf had moeten onderzoeken of aanvullende verzekering tegen gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid nodig was.
De Centrale Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af. Het ontslag werd als rechtsgeldig beschouwd en een ontslagvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het ontslag wegens ziekte wordt bevestigd en een ontslagvergoeding wordt niet toegekend.