ECLI:NL:CRVB:2004:AO2908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- T. Hoogenboom
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Toekenning aanvullende FPU-uitkering ondanks gebruik pré-VUT-regeling BLG
Appellant was sinds 1971 in dienst van het Bouwfonds Limburgse Gemeenten en maakte vanaf zijn 55e gebruik van de pré-VUT-regeling BLG, waarbij hij buitengewoon verlof kreeg met behoud van 95% bezoldiging. Na fusie en detachering bij BLG Hypotheken werd hem in 2000 eervol ontslag verleend conform deze regeling. Appellant verzocht om toekenning van een aanvullende FPU-uitkering (Aanvulling werkgever) op grond van artikel 5a:1 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR), maar dit verzoek werd afgewezen omdat de pré-VUT-regeling als seniorenmaatregel werd aangemerkt.
De rechtbank handhaafde dit besluit, stellende dat de rechtsverhouding definitief was vastgelegd en appellant geen aanspraak kon maken op de Aanvulling werkgever. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter anders. Hoewel de pré-VUT-regeling BLG niet letterlijk onder de seniorenmaatregelen van hoofdstuk 5 van de CAR valt, betekent het accepteren van deze regeling niet dat appellant de Aanvulling werkgever kan worden ontzegd. De Raad beschouwt de pré-VUT-regeling als een zelfstandige bijzondere regeling die niet gelijkgesteld kan worden met de seniorenmaatregelen uit hoofdstuk 5.
De Raad wijst het argument van gedaagde af dat toekenning van de Aanvulling werkgever onredelijk zou zijn of een misslag van de regelgever inhoudt. Er is geen aanwijzing in de wetsgeschiedenis of redelijke interpretatie van de CAR die dit ondersteunt. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, en beveelt gedaagde een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met toekenning van de Aanvulling werkgever.