ECLI:NL:CRVB:2004:AO3131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak op AOW-overgangsvoordelen na verhuizing buiten EU
Appellant, geboren in 1929 en met de Nederlandse nationaliteit, kreeg een ouderdomspensioen toegekend op basis van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Na verhuizing van Frankrijk naar Zwitserland in 2000 werd het pensioen herzien en verlaagd omdat hij niet langer woonachtig was binnen de Europese Unie, waardoor het tijdvak van 27 juni 1944 tot 1 januari 1957 niet meer als verzekerd tijdvak kon gelden volgens Bijlage VI bij EG-Verordening 1408/71.
Appellant stelde dat hij op grond van het EG-Verdrag en de Verordening recht had op behoud van deze overgangsvoordelen en dat het besluit in strijd was met het vertrouwensbeginsel en het vrije verkeer van personen binnen de EU. Tevens werd een beroep gedaan op internationale verdragen zoals het IAO-Verdrag 48 en het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid.
De Raad oordeelde dat Bijlage VI een communautaire regeling betreft die alleen voordelen toekent zolang men binnen de EU woont. De verhuizing naar Zwitserland maakte dat appellant niet langer aan die voorwaarden voldeed. De Raad vond de uitleg van gedaagde niet in strijd met het EG-Verdrag en verwierp de overige beroepen, waaronder die op het vertrouwensbeginsel en leeftijdsdiscriminatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verlaging van het AOW-pensioen na verhuizing buiten de EU wordt bevestigd.