ECLI:NL:CRVB:2004:AO3632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- C. van Viegen
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bruikleenauto op grond van adequate collectieve vervoersvoorziening
Appellante, rolstoelgebonden, verzocht om een bruikleenauto op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), maar dit verzoek werd door de gemeente Den Helder afgewezen. De gemeente bood haar in plaats daarvan deelname aan het collectief rolstoelvervoer, een rolstoelscooter met winterbeenbekleding en een stalling aan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de aangeboden voorzieningen adequaat zijn en appellante in staat stellen om in haar naaste leefomgeving deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer.
In hoger beroep stelde appellante dat er geen reële vergelijking van de kosten tussen de bruikleenauto en de rolstoelpendel had plaatsgevonden. De Raad overwoog dat de wetgever bewust beleidsruimte laat aan gemeenten om het primaat van het collectief vervoer te hanteren en dat dit systeem ook vanuit kostenperspectief verantwoord moet zijn. De gemeente had haar kostenraming onderbouwd met een aannemersprijs voor de stalling en stelde dat de totale kosten lager zijn dan die van een bruikleenauto.
De Raad concludeerde dat de aangeboden voorzieningen adequaat zijn en dat de gemeente haar zorgplicht hiermee nakomt. De financiële gegevens van appellante konden dit oordeel niet wijzigen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een bruikleenauto wordt bevestigd omdat de aangeboden collectieve vervoersvoorzieningen adequaat en doelmatig zijn.