ECLI:NL:CRVB:2004:AO3722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- Th.G.M. Simons
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie persoonsgebonden budget mantelzorg en zorguren AWBZ
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van het Zorgkantoor dat het persoonsgebonden budget (PGB) voor verzorging en verpleging voor de periode 1 januari 2001 tot en met 30 juni 2001 had vastgesteld op basis van een gereduceerd aantal zorguren. Zij betwistte dat haar moeder en zuster als mantelzorgers konden worden beschouwd en voerde aan dat de terugval in geïndiceerde uren niet medisch was onderbouwd.
De Raad oordeelde dat de moeder en zuster van appellante terecht als mantelzorgers zijn aangemerkt, aangezien zij als leden van het huishouden beschikbaar waren om huishoudelijke taken en zorg te verrichten. Het feit dat zij pas bij appellante zijn komen wonen vanwege haar zorgbehoefte doet hieraan niet af. Tevens werd het standpunt van appellante verworpen dat de zorg die zij bieden hun maatschappelijk leven zou belemmeren.
Ten aanzien van de geïndiceerde uren stelde de Raad vast dat het indicatieorgaan Tot en Met een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de gehanteerde standaardnormen en huisbezoeken een zorgvuldige indicatie rechtvaardigen. Het rapport van Bos, dat een hoger aantal zorguren adviseerde, bood onvoldoende aanknopingspunten om het indicatiebesluit onjuist te achten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde derhalve het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het indicatiebesluit wordt bevestigd.