ECLI:NL:CRVB:2004:AO3891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kwijtschelding restant fraudevordering op grond van artikel 78c Abw
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar, waarin haar beroep tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Alkmaar tot afwijzing van kwijtschelding van een restant fraudevordering ongegrond werd verklaard.
De vordering betreft een bedrag van f 33.413,-- dat appellante aan de gemeente moet terugbetalen wegens verzwegen inlichtingen bij de aanvraag van bijstand. Het College had het verzoek tot kwijtschelding afgewezen omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 78c, eerste lid, Abw en het gemeentelijk beleid, waaronder het aflossen van ten minste 75% van het oorspronkelijke bedrag.
De Raad overweegt dat het beleid van het College, dat een onderscheid maakt tussen fraude- en niet-fraudevorderingen en terugvordering nastreeft, niet onredelijk is en binnen de wettelijke kaders blijft. Hoewel appellante bijzondere omstandigheden aanvoert, zoals zorg voor vier kinderen en langdurige bijstand, zijn deze niet zodanig dat kwijtschelding gerechtvaardigd is.
Daarom bevestigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot kwijtschelding van de restant fraudevordering wordt afgewezen.