ECLI:NL:CRVB:2004:AO3969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- N. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bepaling eerste werkloosheidsdag bij verblijf buiten Nederland anders dan vakantie
Appellant, sinds 1993 in dienst bij een werkgever, is in november 1998 met toestemming naar België verhuisd vanwege privéproblemen. Hij vroeg vooraf aan het UWV of dit gevolgen had voor zijn uitkering, waarbij hem werd verzekerd dat verhuizing geen probleem zou zijn. Na vertrek werd zijn aanvraag voor een werkloosheidsuitkering per 27 januari 1999 afgewezen omdat hij buiten Nederland verbleef anders dan wegens vakantie.
Appellant keerde op advies van het UWV in november 1999 terug naar Nederland en vroeg opnieuw uitkering aan. De Raad oordeelde dat de eerste werkloosheidsdag daarom 4 november 1999 is, maar appellant voldeed niet aan de referte-eis omdat hij in de voorafgaande 39 weken niet voldoende had gewerkt.
Het beroep op artikel 71 van Pro Verordening 1408/71 (EEG) faalt omdat appellant geen grensarbeider is en het arrest Miethe niet van toepassing is. Ook het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat geen gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard; geen recht op werkloosheidsuitkering vanaf 27 januari 1999 of 4 november 1999.