ECLI:NL:CRVB:2004:AO4211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens ontbreken feitelijke woonplaats in gemeente
Appellante ontving een bijstandsuitkering van de gemeente Amsterdam. Na een onderzoek van de sociale recherche in 1998 concludeerde de gemeente dat appellante haar feitelijke woonplaats niet meer had in de gemeente, ondanks dat zij formeel nog ingeschreven stond op een adres in de gemeente. De gemeente beëindigde daarom de bijstandsuitkering per 9 december 1998.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk in de gemeente woonde en dat de besluitvorming van de gemeente onzorgvuldig was. Zij verwees ook naar een strafrechterlijk oordeel dat zij woonachtig was in de gemeente. De Raad oordeelde echter dat het bestuursrechtelijke oordeel over de feitelijke woonplaats losstaat van het strafrechtelijke oordeel en dat de gemeente voldoende bewijs had geleverd dat appellante haar feitelijke woonplaats had verlaten.
De Raad concludeerde dat appellante formeel weliswaar nog ingeschreven stond, maar feitelijk niet in de gemeente woonde, mede gelet op verklaringen, betalingsgegevens en het feit dat de krant op een ander adres werd bezorgd. De beëindiging van de bijstandsuitkering werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van appellante wordt beëindigd omdat zij haar feitelijke woonplaats niet meer had in de gemeente.