ECLI:NL:CRVB:2004:AO4631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens ongeschiktheid tot arbeid wegens ziekte
Appellant, werkzaam als systeemcontroleur, meldde zich op 20 maart 1998 ziek wegens klachten die duiden op een burn-out. Na twee jaar arbeidsongeschiktheid werd hem een WAO-uitkering toegekend met een mate van 80-100% arbeidsongeschiktheid. De Minister van Binnenlandse Zaken verleende hem eervol ontslag op grond van artikel 98, eerste lid, aanhef en onder f, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), wegens ongeschiktheid tot arbeid.
Appellant stelde dat hij ten onrechte en met opzet in de WAO was geplaatst om ontslag te kunnen verkrijgen en verzocht om nader onderzoek. De Raad verwierp dit omdat appellant geen bewijs leverde voor zijn beschuldigingen. De Raad oordeelde dat de oorzaak van het ziekteverzuim niet relevant is voor het ontslagbesluit en dat de diagnoseverschillen niet afdoen aan de vastgestelde ongeschiktheid.
De Raad stelde vast dat appellant gedurende een onafgebroken periode van twee jaar ongeschikt was voor zijn functie en dat een herplaatsingsonderzoek zinloos was omdat appellant volledig arbeidsongeschikt was. Daarom was het ontslagbesluit terecht genomen. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens verworpen.
Uitkomst: Het eervol ontslag wegens ongeschiktheid tot arbeid wegens ziekte wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.