ECLI:NL:CRVB:2004:AO4690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot opname anticumulatiebepalingen in Sociaal statuut voor neveninkomsten ambtenaar
Appellant, een ambtenaar die sinds 1 juni 1997 gebruikmaakt van de non-activiteitsregeling met 80% bezoldiging, maakte bezwaar tegen de door de gemeente Cranendonck vastgestelde anticumulatiebepalingen die neveninkomsten beperken. De gemeente had bij besluit van 30 maart 1998 bepaald dat nevenwerkzaamheden vooraf toestemming vereisen en dat inkomsten uit nevenwerkzaamheden worden verrekend met de bezoldiging wanneer het totaal het oorspronkelijke salaris overschrijdt.
Appellant stelde dat deze anticumulatiebepalingen niet op hem van toepassing mochten zijn omdat deze niet in de oorspronkelijke overeenkomst of het Sociaal statuut waren opgenomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel en oordeelt dat de gemeente bevoegd was deze bepalingen vast te stellen op grond van het Sociaal statuut en de algemene rechtspositionele bepalingen.
De Raad benadrukt dat de regeling bedoeld is om gedwongen ontslagen te voorkomen en de overgang naar flexibele pensionering te faciliteren. De situatie van appellant is vergelijkbaar met die van een gewezen ambtenaar met wachtgeld, waarvoor anticumulatiebepalingen gebruikelijk zijn. De Raad ziet geen strijd met het vertrouwens- of rechtszekerheidsbeginsel en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de anticumulatiebepalingen worden bevestigd.