ECLI:NL:CRVB:2004:AO4942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opleggen arbeidsverplichtingen op grond van de Algemene bijstandswet
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem waarin werd geoordeeld dat de arbeidsverplichtingen terecht aan hem waren opgelegd op grond van artikel 113, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw). De arbeidsverplichtingen waren met terugwerkende kracht vanaf 1 november 1998 opgelegd door het College van burgemeester en wethouders van Haarlem, mede op basis van medische adviezen van artsen van de GGD.
Appellant stelde dat hij ten tijde van het besluit arbeidsongeschikt was en niet in staat tot loonvormende arbeid, onderbouwd met medische stukken uit Marokko. De Raad overwoog dat het College bevoegd is arbeidsverplichtingen op te leggen en ontheffing te verlenen op medische gronden. De medische adviezen van de GGD waren deugdelijk en hielden rekening met de klachten van appellant. De door appellant overgelegde medische gegevens uit Marokko betroffen een latere periode en konden niet leiden tot een ander oordeel.
De Raad concludeerde dat het College niet onrechtmatig heeft gehandeld door appellant niet langer te ontheffen van de arbeidsverplichtingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht arbeidsverplichtingen zijn opgelegd en verklaart het hoger beroep ongegrond.