ECLI:NL:CRVB:2004:AO5079

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 februari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02/4104 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.A.A.G. Vermeulen
  • M.S.E. Wulffraat-van Dijk
  • R. Kooper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en proceskostenvergoeding na tegemoetkoming bezwaar ambtenaar

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een besluit van de Korpsbeheerder van de politieregio Amsterdam-Amstelland. Nadat gedaagde een nieuw besluit had genomen dat geheel tegemoetkwam aan het oorspronkelijke bezwaar van appellante, beperkte zij haar hoger beroep tot de veroordeling in proceskosten.

De Raad overwoog dat het bestuursrechtelijk geschil met betrekking tot het besluit was komen te vervallen, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Een belang bij voortzetting van het hoger beroep bestaat niet louter om een uitspraak over proceskosten te verkrijgen, omdat artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een veroordeling in proceskosten mogelijk maakt zonder vernietiging van het besluit.

De Raad veroordeelde gedaagde tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op € 644,- voor eerste aanleg en € 322,- voor hoger beroep, en tevens tot vergoeding van het betaalde griffierecht van in totaal € 267,10. Het vonnis werd in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2004.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en gedaagde wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

02/4104 AW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
de Korpsbeheerder van de politieregio Amsterdam-Amstelland, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellante is op bij beroepschrift, met bijlagen, aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juni 2002, nr. AWB 01/4169 AW, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Nadat gedaagde op 10 september 2002 een nieuw besluit had genomen, is namens appellante de omvang van het ingestelde hoger beroep beperkt tot veroordeling van gedaagde in de proceskosten, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.
Gedaagde heeft aangegeven geen verweer te voeren ten aanzien van de verzochte proceskostenveroordeling.
Partijen hebben toestemming gegeven voor het achterwege laten van een onderzoek ter zitting als bedoeld in artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
II. MOTIVERING
1. Vast staat dat door middel van het nadere besluit geheel is tegemoetgekomen aan het oorspronkelijke bezwaar van appellante. Appellante heeft zich echter op het standpunt gesteld dat voortzetting van het hoger beroep aangewezen is omwille van een uitspraak van de Raad met betrekking tot de vergoeding van de proceskosten in eerste aanleg, waartoe de aangevallen uitspraak (materieel) vernietigd dient te worden.
2. De Raad overweegt als volgt.
2.1. Allereerst merkt de Raad op dat de bestuursrechter in het kader van de Algemene wet bestuursrecht in het algemeen slechts tot het beantwoorden van rechtsvragen is geroepen indien nog sprake is van een geschil met betrekking tot een besluit van een bestuurs-orgaan. Van zodanig geschil is in het onderhavige geval geen sprake meer. Een belang bij het handhaven van het hoger beroep kan niet uitsluitend zijn gelegen in het verkrijgen van een uitspraak inzake de vergoeding van proceskosten in eerste aanleg, aangezien in een geval als hier aan de orde op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een daartoe strekkende veroordeling kan worden uitgesproken en vernietiging van het bestreden besluit daarvoor niet nodig is.
3. Aangezien geen belang meer bestaat bij de beoordeling van het bestreden besluit dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4.1. Nu gedaagde aan het oorspronkelijke bezwaar van appellante is tegemoet gekomen, is er aanleiding om gedaagde met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de kosten van appellante, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht ten aanzien van het geding in eerste aanleg zijn begroot op € 644,- aan kosten van verleende rechtsbijstand en ten aanzien van het geding in hoger beroep op € 322,- aan kosten van verleende rechtsbijstand.
4.2. De Raad acht in de omstandigheid dat het procesbelang is komen te vervallen omdat gedaagde aan het bezwaar van appellante tegemoet gekomen is tevens termen aanwezig om te bepalen dat het door appellante in eerste aanleg en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 267,10 dient te worden vergoed.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante tot een bedrag groot € 966,-, te betalen door de politieregio Amsterdam-Amstelland;
Bepaalt dat de politieregio Amsterdam-Amstelland aan appellante het door haar in eerste aanleg en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 267,10 vergoedt.
Aldus gegeven door mr. H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en mr. M.S.E. Wulffraat-van Dijk en mr. R. Kooper als leden, in tegenwoordigheid van mr. L.N. Nijhuis als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2004.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) L.N. Nijhuis.
HD
24.02