ECLI:NL:CRVB:2004:AO5507

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 februari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/323 AW-VV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om wraking voorzieningenrechter wegens procedurele beslissing

De zaak betreft een verzoek om wraking van een voorzieningenrechter in een bestuursrechtelijke procedure. Verzoeker stelde dat de voorzieningenrechter partijdig was omdat hij een emailbericht, overhandigd door de gemachtigde van verweerder tijdens de zitting, als gedingstuk had aanvaard.

De Raad overwoog dat een wrakingsgrond moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter kunnen aantasten. De beslissing van de voorzieningenrechter om een stuk ter zitting toe te laten is een procedurele beslissing en vormt op zichzelf geen grond voor wraking.

De Raad verwees naar vaste jurisprudentie waarin is bepaald dat wraking niet bedoeld is als rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen. Daarom werd het verzoek om wraking afgewezen.

De beslissing is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 februari 2004.

Uitkomst: Het verzoek om wraking van de voorzieningenrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een grond voor partijdigheid.

Uitspraak

PROCES-VERBAAL
van de mondelinge uitspraak op 23 februari 2004 van de
Centrale Raad van Beroep,
meervoudige kamer,
Zitting hebben:
mr. C.G. Kasdorp, als voorzitter,
mr. A. Beuker-Tilstra en mr. M.S.E. Wulffraat-Van Dijk als leden,
in tegenwoordigheid van mr. A.W.M. van Bommel als griffier.
Nr. 04/323 AW-VV:
Gehoord het mondelinge verzoek op grond van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van [verzoeker] wonende te [woonplaats] tot wraking van [naam gewraakte rechter] als voorzieningenrechter inzake het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening nr. 04/323 AW-VV.
De Raad:
De beslissing luidt: Wijst het verzoek om wraking af.
Deze beslissing is gebaseerd op de volgende overwegingen:
In artikel 8:15 Awb Pro is bepaald dat op verzoek van een partij, elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een wrakingsgrond dient derhalve te zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de (persoon van de) rechter die een zaak behandelt.
Verzoeker heeft aangevoerd dat de voorzieningenrechter zich partijdig heeft getoond door het feit dat hij een emailbericht van 26 januari 2004, dat door de gemachtigde van verweerder ter zitting is overhandigd, als gedingstuk heeft aanvaard.
Naar het oordeel van de Raad betreft de beslissing van de voorzieningenrechter om ter zitting nog een bepaald stuk in het geding toe te laten een procedurele beslissing, waaruit niet een (schijn van) partijdigheid kan worden afgeleid. Kritiek op een dergelijke beslissing komt op zich niet in aanmerking als wrakingsgrond. Volgens vaste jurisprudentie - bijvoorbeeld CRvB 7 juni 2001, JB 2001, 218 - is het instituut van de wraking immers niet bedoeld als rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen.
Ook in deze zaak ziet de Raad in de aanvaarding van bedoeld emailbericht als gedingstuk geen grond om de voorzieningenrechter [naam gewraakte rechter] te wraken.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 23 februari 2004.
De plv. griffier. De fungerend voorzitter.
(get.) mr. A.W.M. van Bommel. (get.) mr. C.G. Kasdorp
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.