ECLI:NL:CRVB:2004:AO6227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening ouderdomspensioen wegens niet duurzaam gescheiden leven na huwelijk
Appellant, geboren in 1932, ontving vóór 1 januari 2001 een ouderdomspensioen voor een ongehuwde. Na zijn huwelijk op 15 december 2000 met zijn echtgenote, die in een zogenoemd LAT-huwelijk leefden met eigen woningen en huwelijksvoorwaarden, werd het pensioen herzien naar gehuwd. Gedaagde baseerde dit op een buitendienstrapport waaruit bleek dat zij binnen hetzelfde appartementencomplex wonen, gezamenlijke activiteiten ondernemen en voor elkaar zorgen.
Appellant voerde aan dat er sprake was van duurzaam gescheiden leven, omdat zij geen gezamenlijke huishouding voerden en het huwelijk was gesloten om te profiteren van successierechten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad volgde dit oordeel, stellende dat duurzaam gescheiden leven betekent dat echtgenoten elk een eigen leven leiden als ware zij niet gehuwd, en dat dit ondubbelzinnig uit feiten moet blijken.
De Raad concludeerde dat de feitelijke situatie geen duurzaam gescheiden leven aantoont, mede vanwege het gezamenlijke wonen in hetzelfde complex en de gezamenlijke activiteiten. Ook het ontbreken van financiële verstrengeling en de motieven voor het huwelijk veranderen hier niets aan. Daarom is het herzieningsbesluit van het ouderdomspensioen terecht en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening van het ouderdomspensioen van ongehuwd naar gehuwd is terecht bevestigd omdat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leven.