ECLI:NL:CRVB:2004:AO6266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens vermeende verwijtbare werkloosheid
Appellant was werkzaam als koerier bij een werkgever en kreeg te horen dat zijn arbeidsovereenkomst niet werd verlengd. Het UWV weigerde aanvankelijk een WW-uitkering omdat appellant verwijtbaar werkloos zou zijn geworden, met name vanwege zijn belgedrag naar de werkgever.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het niet tijdig bellen van de werkgever een verwijtbare gedraging was die de kans op niet-verlenging van de arbeidsovereenkomst vergrootte. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en het besluit van het UWV.
De Raad stelt dat hoewel appellant niet altijd tijdig contact opnam met de werkgever, dit niet de doorslaggevende reden was voor het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. De meningsverschillen over het belgedrag waren onvoldoende om te concluderen dat appellant door eigen toedoen geen passende arbeid heeft behouden.
De Raad beveelt het UWV aan een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen en veroordeelt het UWV in de proceskosten. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WW-uitkering te weigeren wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.