ECLI:NL:CRVB:2004:AO6401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens voltijdstudentenstatus en gevolgen voor echtgenoot
Appellant ontving vanaf 1997 een bijstandsuitkering die in 1999 werd aangepast naar de norm voor alleenstaande ouder. Uit onderzoek bleek dat appellant van februari 1998 tot mei 1999 als voltijdstudent stond ingeschreven, wat volgens artikel 9, tweede lid, Abw, het recht op bijstand uitsluit. Gedaagde trok daarom de bijstand over die periode in en vorderde terugbetaling.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit niet in stand kan blijven omdat bij de intrekking geen rekening is gehouden met artikel 32 Abw Pro. Dit artikel bepaalt dat als een van de gehuwden geen recht heeft op bijstand, de ander aanspraak kan maken op een norm voor alleenstaande of alleenstaande ouder.
De Raad bevestigt dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en dat het recht op bijstand ten onrechte werd verleend. Echter, de intrekking had moeten worden aangepast op grond van de situatie van de echtgenoot. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit waarbij deze omstandigheden worden meegenomen. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de bijstandsnorm voor de echtgenoot.