ECLI:NL:CRVB:2004:AO6568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering aan WAO-uitkeringsgerechtigde met arbeidsinkomsten
Appellant, een WAO-uitkeringsgerechtigde met daarnaast inkomsten uit arbeid via een dienstverband volgens de Wet sociale werkvoorziening, heeft een aanvraag voor algemene bijstand ingediend. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort wees deze aanvraag af omdat het totale inkomen van appellant hoger is dan de toepasselijke bijstandsnorm.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het College ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Utrecht, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 7, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) alleen recht bestaat op bijstand indien iemand niet over voldoende middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Het inkomen van appellant ligt boven de bijstandsnorm, zodat geen recht op bijstand bestaat. Ook is de vrijlatingsregeling uit artikel 43, tweede lid, onder l en m, van de Abw niet van toepassing omdat appellant geen algemene bijstand ontvangt.
De Raad verwierp het standpunt van appellant dat sprake zou zijn van discriminatie ten opzichte van personen met een bijstandsuitkering en oordeelde dat de wetgever niet toestaat dat de rechter de billijkheid van de wet beoordeelt. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag algemene bijstand omdat het inkomen van appellant hoger is dan de bijstandsnorm.