ECLI:NL:CRVB:2004:AO6627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve vervallen verklaring van niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens griffierechtbetaling
Appellant was in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar het hoger beroep werd op 7 mei 2002 niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. Later bleek uit onderzoek bij de afdeling Financieel Economische Zaken en een rekeningafschrift dat appellant het griffierecht op 4 maart 2002 binnen de gestelde termijn had voldaan.
De Raad overwoog dat het hoger beroep ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en kondigde aan de uitspraak van 7 mei 2002 ambtshalve vervallen te verklaren. Gedaagde, het UWV, was van mening dat correctie beperkt moest blijven tot situaties waarin een partij het initiatief neemt en dat appellant verzet had moeten instellen tegen de uitspraak.
De Raad verwierp dit standpunt en stelde dat ambtshalve vervallen verklaring ook mogelijk is zonder initiatief van partijen, zeker als de fout niet kenbaar was voor betrokkene. Omdat appellant niet kon weten dat het griffierecht al was bijgeschreven, werd de uitspraak van 7 mei 2002 vervallen verklaard.
Uitkomst: De uitspraak van 7 mei 2002 waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard, wordt ambtshalve vervallen verklaard.