ECLI:NL:CRVB:2004:AO7755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing te late aanvraag ziekteuitkering ambtenaar
Appellant was werkzaam als conciërge in een reïntegratietraject en kreeg te horen dat zijn tijdelijke dienstverband per 1 augustus 2001 niet werd verlengd wegens ongeschiktheid. Op die dag meldde hij zich ziek en bleef geruime tijd ziek, met een vakantieperiode in augustus 2001. Op 10 september 2001 ontving de Minister een aanvraagformulier voor werkloosheidsuitkering, waarin appellant aangaf sinds 23 april 2001 ziek te zijn.
De Minister kende een ziekte-uitkering toe vanaf 1 augustus 2001 tot uiterlijk 1 november 2002, maar verklaarde de uitkering over de periode van 1 tot 30 augustus 2001 vervallen wegens te late aanvraag. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat onbekendheid met regelgeving geen reden is voor overschrijding van de aanvraagtermijn van 7 dagen na ontslag.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze beoordeling. Het standpunt van appellant dat verwarrende informatiebladen en psychische klachten hem verhinderden tijdig te handelen, werden niet aannemelijk gemaakt met objectieve medische gegevens. De Raad concludeerde dat appellant zelf verantwoordelijk is voor tijdige ziekmelding en aanvraag. De uitspraak en het bestreden besluit worden bevestigd, zonder toekenning van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De aanvraag voor de ziekte-uitkering is te laat ingediend en het besluit tot vervallenverklaring wordt bevestigd.