ECLI:NL:CRVB:2004:AO7767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ontslag en herplaatsing ambtenaar na intrekking ontslagbesluit
Gedaagde was werkzaam als inspecteur van de Volksgezondheid, wiens functie per 1 januari 1993 werd opgeheven. Na een periode als herplaatsingskandidaat werd hij per 1 maart 1995 herplaatst als inspectiesecretaris te Groningen, een functie die hij niet wezenlijk uitoefende. Op 9 juni 1995 werd hem eervol ontslag verleend, maar dit ontslag werd op 23 mei 1997 ingetrokken, waarbij hij opnieuw als herplaatsingskandidaat bij het mobiliteitsbureau werd ondergebracht.
De rechtbank had het ontslagbesluit van 11 oktober 2000 vernietigd omdat gedaagde formeel nog geplaatst zou zijn als inspectiesecretaris. De Raad stelt echter dat door het intrekken van het ontslag een uitzondering geldt: gedaagde was niet meer geplaatst als inspectiesecretaris, maar als herplaatsingskandidaat bij het mobiliteitsbureau. Dit is bevestigd door gedaagde zelf en door het feit dat hij het hoger beroep tegen het intrekkingsbesluit heeft ingetrokken.
Verder concludeert de Raad dat appellant voldoende inspanningen heeft verricht om gedaagde te herplaatsen, waaronder het aanbieden van passende functies. Gezien de opheffing van de oorspronkelijke functie op voldoende gronden, oordeelt de Raad dat het ontslag op de gebruikte grondslag rechtsgeldig is. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslagbesluit van 11 oktober 2000 wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.