ECLI:NL:CRVB:2004:AO7771

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 april 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02/4133 AW + 02/4134 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging terugvordering te veel ontvangen afkoopsom rijwieltoelage

Appellanten ontvingen in januari 2001 een afkoopsom van f 1.785,- netto in verband met de samenvoeging van gemeenten, bedoeld voor de vervallen rijwieltoelage. Bij controle bleek dat dit bedrag gebaseerd was op de bromfietstoelage, terwijl de juiste afkoopsom voor de rijwieltoelage f 585,- bedroeg, waardoor zij f 1.200,- te veel ontvingen. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland vorderde dit teveel betaalde bedrag terug en handhaafde dit besluit na bezwaar.

De rechtbank oordeelde dat appellanten op grond van verstrekte informatie en salarisspecificaties redelijkerwijs hadden moeten begrijpen dat zij te veel hadden ontvangen en dat de terugvordering binnen twee jaar plaatsvond, waardoor het besluit standhield. In hoger beroep vond de Raad geen reden om dit oordeel te wijzigen.

De Raad benadrukte dat appellanten bij twijfel nadere informatie hadden kunnen inwinnen en dat het beginsel van rechtszekerheid hier niet zwaarder weegt dan het beginsel dat onverschuldigde betalingen kunnen worden teruggevorderd. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het te veel ontvangen bedrag en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

02/4133 AW + 02/4134 AW
U I T S P R A A K
in de gedingen tussen:
[appellant 1], wonende te [woonplaats 1], en
[appellant 2], wonende te [woonplaats 2], appellanten,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland, voorheen genaamd gemeente Denekamp, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN
Namens appellanten is op bij beroepschriften aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank Almelo van 10 juni 2002, nr. 02/40 AW V1 A en nr. 02/39 AW V1 A, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft verweerschriften ingediend.
De gedingen zijn gevoegd behandeld ter zitting van 19 februari 2004, waar appellanten in persoon zijn verschenen en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door A.G.A. Middelhuis, werkzaam bij de gemeente Dinkelland.
II. MOTIVERING
1. Voor een uitgebreidere weergave van de in deze gedingen van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Volstaan wordt met het volgende.
1.1. Appellanten hebben in verband met de samenvoeging per 1 januari 2001 van de gemeenten Weerselo, Denekamp en Ootmarsum in januari 2001 een bedrag van f 1.785,- netto ontvangen als afkoopsom voor het vervallen van de tot dan toe door hen ontvangen rijwieltoelage. Bij controle is kort hierna gebleken dat appellanten ten onrechte de afkoopsom op basis van een bromfietstoelage hebben ontvangen in plaats van de afkoopsom voor de rijwieltoelage, die f 585,- bedraagt, waardoor zij f 1.200,- te veel hebben ontvangen. Bij besluiten van 28 mei 2001 heeft gedaagde dit teveel betaalde bedrag van appellanten teruggevorderd, welke besluiten na bezwaar zijn gehandhaafd bij besluiten van gedaagde van 27 november 2001.
2. De rechtbank heeft naar aanleiding van de door appellanten tegen deze besluiten ingestelde beroepen in de aangevallen uitspraak overwogen dat een afweging moet worden gemaakt tussen enerzijds het beginsel van de rechtszekerheid en anderzijds het beginsel dat hetgeen onverschuldigd is betaald kan worden teruggevorderd. De rechtbank was van oordeel dat het appellanten op grond van de in januari 2001 aan alle medewerkers verstrekte informatie met betrekking tot de afkoop van rijwiel- en bromfietsvergoedingen, in samenhang met de salarisspecificaties van januari 2001, redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat hen te veel is uitbetaald. Nu voorts binnen twee jaar nadat de onverschuldigde betaling was gedaan tot terugvordering was overgegaan, oordeelde de rechtbank dat de bestreden besluiten in rechte stand hielden.
3. De Raad heeft in hetgeen namens en door appellanten in hoger beroep naar voren is gebracht geen aanleiding gevonden dit oordeel van de rechtbank niet te volgen. Nu appellanten ten tijde van de uitbetaling van de in geding zijnde afkoopsom reeds ruim een jaar een rijwielvergoeding ontvingen konden zij aanspraak maken op een bedrag van
f 585,-. Op grond van de door gedaagde verstrekte informatie omtrent de afkoop van rijwiel- en bromfietsvergoedingen en de salarisspecificaties van januari 2001 hebben appellanten moeten onderkennen dat de netto uitkering van f 1.785,- de afkoopsom voor een bromfietsvergoeding betrof en dat zij daar geen recht op hadden. Bij twijfel hierover hadden zij bij gedaagde nadere informatie kunnen inwinnen.
4. Gezien het vorenstaande komen de aangevallen uitspraken voor bevestiging in aanmerking en acht de Raad geen termen aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraken.
Aldus gegeven door mr. A. Beuker-Tilstra als voorzitter en mr. K. Zeilemaker en mr. M.S.E. Wulffraat-van Dijk als leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Okyay-Bloem als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2004.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) P.M. Okyay-Bloem.