ECLI:NL:CRVB:2004:AO8058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot terugvordering bij onjuiste bijstandsverlening door schending inlichtingenverplichting
Gedaagde ontving bijstand op basis van de Algemene bijstandswet, waarbij later bleek dat hij meerdere autokentekens op zijn naam had geregistreerd. Dit werd niet gemeld aan het College van B&W, waardoor een te hoog bedrag aan bijstand werd verstrekt.
Na een onderzoek van de Sociale Recherche concludeerde het College dat gedaagde niet volledig openheid van zaken had gegeven over zijn vermogen en dat het recht op bijstand over de betreffende periode niet kon worden vastgesteld. Het College trok daarom de bijstandsuitkering in en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug.
De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege het verbod van reformatio in peius, maar de Centrale Raad van Beroep stelde het College in het gelijk. De Raad oordeelde dat het College op grond van artikel 6:18 Awb Pro bevoegd was het besluit te herzien en dat de terugvordering terecht was omdat gedaagde zijn inlichtingenverplichting had geschonden.
Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van het College wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, waarmee het College bevoegd was de bijstand terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenverplichting.