ECLI:NL:CRVB:2004:AO8070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding en niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvorderingsvoorstel
Betrokkene ontving vanaf 1 april 1996 een AOW-pensioen voor een ongehuwde, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag dit pensioen per 2 maart 2001 tot een pensioen voor een gehuwde vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met een partner sinds 1980. Betrokkene voerde aan dat zij tot november 1997 haar hoofdverblijf elders had en dat de terugvordering onterecht was.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond voor de herziening van het pensioen, omdat voldoende bewijs bestond voor gezamenlijke huishouding vanaf 1 april 1996. Wel oordeelde de rechtbank dat de begeleidende brief van 2 maart 2001, waarin een terugvordering werd aangekondigd, een besluit in de zin van de Awb was, zodat het bezwaar daartegen ontvankelijk was.
De Svb stelde in hoger beroep dat de brief slechts een vooraankondiging was en geen besluit. De Centrale Raad van Beroep volgde dit standpunt en oordeelde dat de brief geen rechtsgevolg had en geen besluit was. Hierdoor was het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk. Het hoger beroep van betrokkene faalde, terwijl dat van de Svb slaagde. De Raad bevestigde de herziening van het pensioen en vernietigde het deel van de uitspraak dat het bezwaar tegen de brief ontvankelijk verklaarde.
De Raad wees ook op het recht van partijen om tegen deze uitspraak cassatieberoep in te stellen binnen zes weken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het AOW-pensioen vanaf 1 april 1996 en verklaart het bezwaar tegen de begeleidende brief niet-ontvankelijk.