ECLI:NL:CRVB:2004:AO8358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslagbesluit ambtenaar na tijdelijke aanstelling bij project
Appellante was sinds 1 augustus 1997 tijdelijk aangesteld voor een project bij de Minister van Justitie. Deze tijdelijke aanstelling was duidelijk omschreven als eindigend na afloop van het project, zonder verplichting tot herplaatsing.
Na afloop van het project werd appellante eervol ontslagen met inachtneming van de juiste opzegtermijn. Zij stelde dat zij door artikel 6, derde lid (oud) ARAR recht had op een vaste aanstelling en dat de opzegtermijn onjuist was toegepast. Tevens klaagde zij over de behandeling van haar zaak door de rechtbank, waaronder vermeende partijdigheid en onwaarheden in het proces-verbaal.
De Raad overwoog dat het aanstellingsbesluit onherroepelijk was geworden omdat er geen rechtsmiddel tegen was ingesteld. Het ontslagbesluit was gebaseerd op het feit dat het werk na afloop van het project niet meer beschikbaar was en dat dit bekend was bij appellante. De Raad vond geen grond voor de stelling dat artikel 6, derde lid (oud) ARAR een vaste aanstelling impliceert.
Ook oordeelde de Raad dat de rechtbank de zaak correct had behandeld, dat het proces-verbaal op juiste wijze was opgesteld en dat er geen aanwijzingen waren voor partijdigheid. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het ontslagbesluit gegrond verklaard.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt verworpen.