ECLI:NL:CRVB:2004:AO8360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Weigering om ongeval van aalmoezenier als dienstongeval te erkennen
Appellant, een aalmoezenier, raakte op 12 mei 1998 gewond bij een auto-ongeval tijdens zijn reis van het vormingscentrum naar huis. Hij voerde aan dat het ongeval verband hield met zijn dienst omdat hij met toestemming een dienstauto meenam om de volgende dag naar een redactievergadering te rijden. De Staatssecretaris van Defensie weigerde het ongeval als dienstongeval te erkennen, stellende dat het plaatsvond tijdens woon-werkverkeer.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en verwierp zijn stelling dat de criteria van de Algemene militaire pensioenwet (AMP-wet) bepalend waren voor het vaststellen van het verband. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze criteria wel degelijk relevant zijn en dat het besluit van de Staatssecretaris op artikel 147, derde lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) gebaseerd had moeten zijn.
De Raad concludeerde dat hoewel appellant toestemming had om de dienstauto te gebruiken en de reis verband hield met een dienstvergadering, het karakter van de reis woon-werkverkeer bleef. Het ongeval was niet in overwegende mate veroorzaakt door de aard van het werk, waardoor het ongeval niet als dienstongeval kon worden aangemerkt. De vergoeding voor schade aan de fotocamera deed hieraan niet af. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbeterde motivering.
Uitkomst: Het ongeval van appellant wordt niet als dienstongeval erkend omdat het tijdens woon-werkverkeer plaatsvond en niet in overwegende mate door de aard van het werk werd veroorzaakt.