ECLI:NL:CRVB:2004:AO8371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke procedure over erkenning dienstongeval bij militair met PTSS na mortierinslag
Gedaagde, een beroepsmilitair uitgezonden naar Srebrenica, leed aan een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) die mogelijk verband houdt met een mortierinslag op 11 juli 1995. Na een proces-verbaal van ongeval werd door de Staatssecretaris van Defensie het incident niet als ongeval erkend, omdat niet was vastgesteld dat de mortierinslag de directe en overwegende oorzaak was van het psychisch letsel.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit, waarna appellant een nieuw besluit nam waarin het bezwaar alsnog werd gehonoreerd. De Raad overweegt dat het begrip ongeval niet eenduidig is gedefinieerd in de toepasselijke regelingen, maar hanteert een jurisprudentiële definitie van een ongeval als een gekwetst worden door een onvoorziene omstandigheid.
De Raad stelt vast dat appellant niet beschikte over voldoende objectieve medische informatie om te onderbouwen dat de mortierinslag de directe oorzaak was van het psychisch letsel. Het was daarom uit zorgvuldigheid geboden een psychiater te raadplegen. Het besluit van 7 september 2001 is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en moet worden vernietigd. Ook het daaropvolgende besluit van 17 juni 2002 wordt vernietigd. De Raad draagt appellant op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit dat de mortierinslag geen ongeval is, wordt vernietigd vanwege schending van het zorgvuldigheidsbeginsel; appellant moet een nieuw besluit nemen.