ECLI:NL:CRVB:2004:AO8471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beëindiging dienstverband buschauffeur na proeftijd wegens onvoldoende functioneren
Appellante was vanaf 1 februari 2000 bij wijze van proef aangesteld als buschauffeur bij het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Utrecht. Na een eerste beoordelingsmoment werd haar tijdelijke aanstelling verlengd tot 1 augustus 2001. In juni 2001 concludeerde de werkgever dat appellante niet voldeed aan de redelijke eisen en verwachtingen, waarna haar aanstelling per 1 augustus 2001 werd beëindigd. Na bezwaar bleef dit besluit in stand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overweegt dat het niet voortzetten van een dienstverband na een proeftijd gerechtvaardigd is indien de ambtenaar niet voldoet aan de redelijke eisen en verwachtingen. Het functioneren van appellante vertoonde tekortkomingen, zoals een hoger dan gemiddeld aantal aanrijdingen, te laat komen en het gebruik van een mobiele telefoon en radio in de bus tegen uitdrukkelijk verbod in.
Hoewel het aantal aanrijdingen was verminderd, bleef dit aanzienlijk hoger dan gemiddeld. Appellante maakte geen gebruik van de aangeboden aanvullende rij-instructie en vertoonde ook na verlenging van de proeftijd gedragingen die het vertrouwen in haar functioneren ondermijnden. De Raad acht het besluit tot beëindiging van het dienstverband daarom gerechtvaardigd en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het dienstverband wordt bevestigd.