ECLI:NL:CRVB:2004:AO8650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overschrijding redelijke termijn en ontbreken fraude bij premienageving
Appellante betwistte de opgelegde boetenota's over 1994 en 1995 wegens vermeende onjuistheden in de premienageving. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar in hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad stelt vast dat appellante een verplichting uit de Coördinatiewet Sociale Verzekering heeft geschonden door geen correcte opgave te doen over een werknemer die feitelijk in dienst was. Echter, er is geen bewijs van opzettelijke fraude, waardoor het beleid van gedaagde om de boete te verhogen tot 100% onjuist is toegepast.
Verder oordeelt de Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden, wat aanleiding geeft tot een reductie van de boete met driekwart. De boete wordt daarom vastgesteld op 25% van het nageheven bedrag. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht van appellante.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op 25% van het nageheven bedrag en met driekwart gereduceerd wegens overschrijding van de redelijke termijn.