ECLI:NL:CRVB:2004:AO8700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bij terugvordering van ten onrechte verleende bijstand in geval van gezamenlijke huishouding
Het geschil betreft de terugvordering van bijstand die aan gedaagde en haar ex-echtgenoot ten onrechte is verleend. Gedaagde ontving bijstand volgens de norm voor een eenoudergezin, terwijl haar ex-echtgenoot bijstand kreeg volgens de norm voor een alleenstaande. De gemeente Amsterdam herzag en trok de bijstand in na onderzoek waaruit bleek dat zij hun gezamenlijke huishouding hadden verzwegen.
De rechtbank had geoordeeld dat gedaagde niet hoofdelijk aansprakelijk was voor de terugvordering van de bijstand aan haar ex-echtgenoot, maar wel voor het meerdere boven een bepaald bedrag. De gemeente stelde in hoger beroep dat de hoofdelijk aansprakelijkheid ook betrekking heeft op de terugvordering van de bijstand aan de ex-echtgenoot, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat volgens artikel 59a, tweede lid, van de ABW en artikel 84, tweede lid, van de oude Abw geen ruimte is voor medeterugvordering van de partner van wie de middelen niet zijn meegewogen, indien aan die partner gezinsbijstand is verleend. Omdat gedaagde gezinsbijstand ontving en haar ex-echtgenoot niet, is zij niet hoofdelijk aansprakelijk voor diens terug te vorderen bijstand. De aangevallen uitspraak wordt voor zover aangevochten vernietigd en het beroep in dat onderdeel ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het oordeel dat gedaagde hoofdelijk aansprakelijk is voor de terugvordering van bijstand aan haar ex-echtgenoot en verklaart het beroep van de gemeente in dat onderdeel ongegrond.