ECLI:NL:CRVB:2004:AO8721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding griffierecht ongegrond verklaard
Opposant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht van € 87,-- binnen de gestelde termijn van vier weken. Opposant diende hiertegen een verzetschrift in. Tijdens de zitting op 7 april 2004 verscheen opposant persoonlijk, terwijl de geopposeerde partij zich niet liet vertegenwoordigen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat er geen aanleiding was het eerdere oordeel te herzien. De vertraging in de betaling van het griffierecht per giro, veroorzaakt door ontoereikend saldo, kwam voor risico van opposant. Er waren geen gronden om te concluderen dat opposant niet in verzuim was geweest.
Op grond hiervan verklaarde de Raad het verzet ongegrond en wees zij het verzoek om een andere beslissing af. Tevens werden geen proceskosten aan opposant toegekend. De uitspraak werd gedaan door mr. G.A.J. van den Hurk, in aanwezigheid van griffier mr. M.C.M. Hamer, op 27 april 2004.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.