ECLI:NL:CRVB:2004:AO8957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedifferentieerde WAO-premie zonder overgangsrecht bij toekenning voor 1998
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor het premiejaar 1999, waarbij appellant bezwaar maakte tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De kern van het geschil is dat de WAO-uitkering aan een werknemer was toegekend vóór de inwerkingtreding van de Wet Pemba, waardoor appellant meent dat hij zich niet tegen de financiële gevolgen van deze wet had kunnen verzekeren.
De Raad overweegt dat de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid en het niet kunnen voldoen aan reïntegratieverplichtingen geen rol spelen bij de premie vaststelling. De Pemba-regeling is een categorale maatregel gericht op het stimuleren van preventie en reïntegratie door werkgevers. De hoogte van de premie wordt bepaald aan de hand van het individuele werkgeversrisicopercentage, gebaseerd op uitkeringen betaald in het tweede jaar vóór het premiejaar.
Dat de uitkering werd betaald voordat de Pemba-regeling van kracht was, leidt niet tot het oordeel dat de regeling niet van toepassing is. Ook het ontbreken van een overgangsregeling voor de premiejaren 1999 en 2000 doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.