ECLI:NL:CRVB:2004:AR4792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt rechtmatigheid gedifferentieerde WAO-premie gebaseerd op vóór 1998 toegekende uitkeringen
Appellante betwistte de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor 2001 door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), omdat deze mede gebaseerd was op een WAO-uitkering die vóór 1 januari 1998 was toegekend en betaald. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit van 7 juni 2001 vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten. Tevens had de rechtbank het verzoek van appellante om haar gemachtigde bijzondere toestemming te verlenen geweigerd.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank vanwege het onjuist onthouden van bijzondere toestemming aan de gemachtigde van appellante. Omdat appellante geen inhoudelijke gronden meer aanvoerde tegen de toekenning van de WAO-uitkering, bleef terugwijzing naar de rechtbank achterwege. De Raad bevestigde dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit van 7 juni 2001.
De Raad oordeelde dat het wettelijk systeem niet wordt geschonden door het betrekken van vóór 1 januari 1998 toegekende en betaalde WAO-uitkeringen bij de vaststelling van de gedifferentieerde premie. De wetgever heeft bewust gekozen voor een systeem waarbij premies mede gebaseerd zijn op gegevens uit het verleden, waaronder de twee jaar vóór het premiejaar betaalde uitkeringen. De stelling dat dubbele premieheffing plaatsvindt, werd verworpen omdat de kosten van vóór 1998 toegekende uitkeringen niet ten laste kwamen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds en dus niet in de gedifferentieerde premie waren verdisconteerd.
De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten aan appellante en sprak het beroep gegrond uit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit van 7 juni 2001 in stand blijven.