ECLI:NL:CRVB:2004:AO9299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste inkomensgegevens bevestigd met terugvordering
Appellant ontving vanaf november 1997 een aanvullende bijstandsuitkering na het faillissement van zijn bedrijf. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten trok deze uitkering in per 28 november 1997 vanwege het verstrekken van onjuiste gegevens over zijn inkomens- en vermogenspositie. Tevens werd een bedrag van f 15.522,56 teruggevorderd voor de periode tot juni 1999.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelde vast dat appellant gedurende de periode in kwestie leidinggevende werkzaamheden verrichtte voor een BV waarin zijn echtgenote 98% van de aandelen bezat, dat hij vanaf juli 1998 als directeur stond ingeschreven en een maandsalaris van f 4.000 ontving. Deze relevante inkomsten en activiteiten waren niet gemeld, waardoor de inlichtingenplicht werd geschonden.
De Raad oordeelde dat appellant over de gehele periode geen recht op bijstand had en dat de intrekking en terugvordering terecht waren. Het besluit van 7 november 2000 werd vernietigd wegens een procedurele fout, maar de rechtsgevolgen van intrekking en terugvordering bleven in stand. De gemeente Houten werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van onterecht ontvangen bijstand worden bevestigd, met vernietiging van het besluit dat de bezwaren ongegrond verklaarde.