ECLI:NL:CRVB:2004:AO9312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot afkoop resterend wachtgeld na ontslag
Appellante is op 1 juni 1998 ontslagen wegens opheffing van haar functie en kreeg wachtgeld toegekend tot 16 augustus 2013. Zij verzocht in oktober 2000 om afkoop van het resterende wachtgeld, maar dit verzoek werd door het stadsdeel Amsterdam Oud Zuid afgewezen op basis van het beleid dat afkoop alleen mogelijk is bij emigratie, slechte herplaatsbaarheid of het starten van een eigen bedrijf dat aan bepaalde eisen voldoet.
Appellante stelde dat zij vanwege haar leeftijd en specialisatie slecht herplaatsbaar was en onzekerheid bestond over de continuïteit van haar bedrijf. De Raad overwoog dat het wachtgeld bedoeld is ter compensatie van inkomstenderving en dat afkoop vooral bedoeld is om investeringen te faciliteren bij het opstarten van een bedrijf. Omdat appellante al twee jaar geen wachtgeld ontving vanwege haar eigen inkomsten en er geen sprake was van slechte vooruitzichten, was het beleid van gedaagde redelijk toegepast.
De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Ook werd meegewogen dat appellante al een compensatie had ontvangen voor pensioenvermindering door het ontslag. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het afwijzende besluit om het resterende wachtgeld niet af te kopen.