ECLI:NL:CRVB:2004:AO9343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf voor disproportioneel geweld door parketpolitiemedewerker
Appellant, werkzaam als hoofdmedewerker bij de parketpolitie Rotterdam-Rijnmond, werd gestraft wegens het aanleggen van een zogenaamd 'vogelnestje' bij een gedetineerde, een pijnlijke en vernederende boeiwijze, en het niet melden hiervan. De disciplinaire straf bestond uit plaatsing in een lagere salarisschaal voor een bepaalde periode.
De Raad oordeelt dat het gebruik van het vogelnestje disproportioneel geweld is en niet is toegestaan binnen de parketpolitie. Appellant speelde een leidinggevende rol bij het aanleggen ervan en heeft nagelaten dit te melden, wat een ernstig plichtsverzuim vormt. De verplaatsing naar een andere functie werd als maatregel in het belang van de dienst gezien en niet als straf.
Appellant voerde aan dat de redelijke termijn voor het opleggen van de straf was overschreden en dat artikel 6 EVRM Pro van toepassing was, maar dit werd verworpen omdat het hier gaat om disciplinaire maatregelen binnen een overheidsfunctie die staatsgezag uitoefent.
De Raad concludeert dat de disciplinaire straf niet onevenredig is, mede gezien de ernst van het plichtsverzuim en de lange duur van de procedure. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De disciplinaire straf tegen appellant wordt bevestigd en het beroep op overschrijding van de redelijke termijn wordt verworpen.