ECLI:NL:CRVB:2004:AP0293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schending inlichtingenplicht en gevolgen intrekking bijstand
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) van 27 mei 1996 tot 31 juli 1997. Uit onderzoek bleek dat zij meer werkzaamheden verrichtten en meer inkomsten genoten dan opgegeven. De gemeente Woensdrecht trok het recht op bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep stelde de Raad vast dat de intrekking en terugvordering onjuist waren gebaseerd op wettelijke bepalingen die pas vanaf 1 juli 1997 van toepassing zijn, terwijl de periode vóór die datum ligt. Daarom vernietigt de Raad het besluit voor de periode van 27 mei 1996 tot 1 mei 1997.
De Raad oordeelt dat appellanten feitelijk meer arbeid verrichtten dan opgegeven en dat zij redelijkerwijs aanspraak konden maken op een loon gelijk aan de bijstandsnorm. De schending van de inlichtingenplicht rechtvaardigt de intrekking en terugvordering. De rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het besluit blijven in stand. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 27 mei 1996 tot 1 mei 1997 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.