ECLI:NL:CRVB:2004:AP0435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Premievrij pensioen telt mee bij vaststelling maatmaninkomen voor WAO-uitkering
De zaak betreft een geschil over de berekening van het maatmaninkomen van gedaagde, die een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid. De kernvraag is of het voordeel van een premievrij pensioen, dat gedaagde geniet uit zijn dienstbetrekking bij de NS, moet worden meegenomen bij de vaststelling van het maatmaninkomen.
Appellant (UWV) stelde dat omdat het pensioenfonds premievrij was en noch werkgever noch werknemer premie hoefden te betalen, er geen voordeel uit de dienstbetrekking was dat in het maatmaninkomen kon worden opgenomen. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat dit voordeel wel degelijk moet worden meegenomen, omdat gedaagde zonder zijn dienstbetrekking dit voordeel niet zou hebben genoten. Het feit dat het pensioenfonds deze regeling als beleidskeuze hanteert en niet de werkgever, doet hieraan niet af.
De Raad bevestigde dat het bepalen van de omvang van dit voordeel mogelijk is, ook al is het niet eenvoudig. Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het voordeel van een premievrij pensioen uit dienstbetrekking moet worden meegenomen bij het maatmaninkomen voor de WAO-uitkering.