ECLI:NL:CRVB:2007:BB6450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening maatmaninkomen bij WAO-uitkering na arbeidsongeschiktheid en beoordeling vergoeding eigen product en pensioen
Appellant, voormalig medewerker nummerbeheer bij P.T.T. Telecommunicatie BV, viel in 1989 uit wegens nekklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures over de mate van arbeidsongeschiktheid en het maatmaninkomen, stelde het UWV dat geen sprake was van nieuwe bekwaamheden en wees het een aantal voordelen af bij de inkomensvaststelling.
De Raad overwoog dat nieuwe bekwaamheden niet kunnen worden aangenomen indien deze al voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid waren verkregen. Daarnaast werd geoordeeld dat toekomstige loonontwikkelingen slechts mogen worden meegenomen indien redelijkerwijs te verwachten. De Raad stelde vast dat de vergoeding voor eigen product en het premievrije pensioen wel als structureel voordeel uit dienstbetrekking in het maatmaninkomen moeten worden betrokken.
Het hoger beroep werd deels gegrond verklaard, het besluit van 7 juni 2007 vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen waarin deze voordelen worden meegenomen. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend. Het geschil spitste zich toe op de juiste vaststelling van het maatmaninkomen en de vraag of bepaalde beloningsaspecten daarbij horen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 7 juni 2007 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd met opdracht tot herziening.