ECLI:NL:CRVB:2004:AP0517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens onjuist besluit bijstandsuitkering
Appellant ontving vanaf 1992 een bijstandsuitkering die in 1995 werd beëindigd wegens een te hoog vermogen. De Raad handhaafde deze beëindiging in 1999, maar vernietigde een besluit dat een eerdere aanvraag afwees. Hierdoor werd appellant alsnog een uitkering toegekend over de periode 1996-1998, zonder dat hij hiertegen bezwaar maakte.
Appellant vroeg vervolgens een schadevergoeding van 10 miljoen gulden voor materiële en immateriële schade veroorzaakt door het onjuiste besluit. Dit verzoek werd door het College afgewezen en die afwijzing werd door de rechtbank bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van zodanig geestelijk leed als bedoeld in artikel 6:106 BW Pro, noch dat hij materiële schade, zoals rente over schulden, daadwerkelijk heeft geleden. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om materiële en immateriële schadevergoeding wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.